Lessen van een Parijse lente

Parijs, 1871. Twee maanden lang heeft het werkvolk het voor het zeggen. Lang genoeg om maatregelen te nemen die nooit eerder door een staat genomen werden. En om ons enkele kostbare lessen te leren.

[...] Maar het ware geheim [van de Commune van Parijs] was dit: zij was in wezen een regering van de arbeidersklasse, het resultaat van de strijd van de klasse van de producenten tegen de klasse van de uitbuiters, de eindelijk ontdekte politieke vorm waaronder de economische bevrijding van de arbeid zich kon voltrekken.

Zonder deze laatste voorwaarde zou de inrichting van de Commune een onmogelijkheid en een misleiding zijn geweest. De politieke heerschappij van de arbeiders kan niet samen bestaan met de bestendiging van hun maatschappelijke knechtschap. De Commune moest daarom dienen als hefboom om de economische grondslagen omver te werpen, waarop het bestaan van de klassen en dus van de klassenheerschappij berust.

Karl Marx - De burgeroorlog in Frankrijk (1871)

De Commune moest, eenmaal aan de macht, direct erkennen dat de arbeidersklasse niet met het oude staatsapparaat kon voortwerken; dat de arbeidersklasse, zo ze haar pas veroverde heerschappij niet opnieuw teloor wou zien gaan, enerzijds de oude, tot dusverre tegen haarzelf aangewende onderdrukkingsmachine moest afschaffen, maar zich anderzijds ook moest verzekeren tegen haar eigen afgevaardigden en beambten, door deze, zonder uitzondering, te allen tijde afzetbaar te maken.

[...] Tegen de, in alle tot nu toe bestaande staten onvermijdelijke verandering van de staat en de staatsorganen van dienaren van de maatschappij tot meesters van de maatschappij, paste de Commune twee onfeilbare middelen toe. In de eerste plaats bezette zij alle besturende, rechtsprekende en onderwijzende posten aan de hand van een algemeen stemrecht voor alle belanghebbenden, keuzes die door dezelfde belanghebbenden te allen tijde konden worden teruggeroepen. Ten tweede betaalde zij voor alle diensten, hoge zowel als lage, slechts het loon dat alle andere arbeiders ontvingen. [...] Daarmee was de deur voor postjesjagers voorgoed gesloten, ook zonder de bijkomende beslissing om bindende mandaten aan vertegenwoordigende lichamen op te leggen.

Friedrich Engels - Inleiding bij De burgeroorlog in Frankrijk (1891)

Vroeg in de ochtend van 18 maart 1871, terwijl de burgerlijke regering na de nederlaag van Napoleon III tegen de Pruisische troepen van Bismarck de capitulatie van Frankrijk voorbereidt, komt het volk van Parijs in opstand. Een deel van het leger verbroedert met het volk. De vertegenwoordigers van de regering en van de burgerij vluchten naar Versailles. Diezelfde 18 maart ’s avonds is het volk meester van de stad. Het richt de Commune van Parijs op. Ze zal twee maanden standhouden.

Marx en Engels begrijpen dat wat daar gebeurt van uitzonderlijk belang is. Dat we te maken hebben met de eerste ervaring van socialistische revolutie en van de oprichting van een regering van de arbeidersklasse. De regering die na de verkiezingen van 26 maart tot stand komt, bestaat namelijk in grote mate uit werkende mensen, met onder anderen 25 arbeiders, 12 ambachtslieden en 4 bedienden op de 92 leden van de Raad van de Commune. Frankrijk zal nooit meer een volksvertegenwoordiging kennen die zoveel plaats inruimt voor de werkende klasse.

Belangrijker nog, de Commune stelt zich tot taak de oude staatsmachine te breken en door een nieuwe te vervangen. Eerst en vooral schaft de Commune het permanente leger af en vervangt dit door de volksmilitie, door het gewapende volk. Ze stimuleert de rechtstreekse deelname van het volk. Niet alleen de gekozenen, ook alle ambtenaren van de administratie of van de politie moeten verantwoording afleggen. Hun mandaat kan op elk moment herroepen worden. De Commune schaft alle privileges af en beslist dat alle leden van de Commune, van laag tot hoog op de ladder van het openbare ambt, werken voor een arbeidersloon. De Commune neemt essentiële maatregelen en voert fundamentele veranderingen door, gericht op het “realiseren van de economische emancipatie van de arbeid”. Zo worden op 16 april alle werkhuizen en fabriekjes die de kapitalisten hebben gesloten, verlaten of stilgelegd, in handen gegeven van de arbeidersverenigingen.

Al heeft de Commune van Parijs maar twee maanden bestaan en lag ze onder een voortdurende staat van beleg, toch heeft ze op die korte tijd heel wat belangrijke sociale maatregelen genomen ten voordele van de werkende mensen en van de middenklasse die haar steunde: verbod om mensen met schulden op straat te zetten, gratis juridische bijstand, opheffing van het verschil tussen wettige en onwettige kinderen, oprichting van voedselbanken, begin van discussies over betaald verlof en kinderbijslag, intrekking van de doodstraf, gratis en verplicht onderwijs, met bijzondere aandacht voor onderwijs voor meisjes, instelling van een minimumloon, scheiding van Kerk en staat, oprichting van kunstscholen en gratis toegang tot musea om kunst en cultuur ten dienste te stellen van het volk.

De Europese arbeidersklasse zal later nog tientallen jaren moeten vechten om zelfs maar een deel van deze verwezenlijkingen af te dwingen.

Met vereende krachten heeft de heersende klasse de Commune in bloed gesmoord. Toch vonden Marx en Engels ze voor de arbeidersbeweging belangrijk genoeg om zich er met hart en ziel op te storten en er lessen uit te trekken. Ze stelden alles in het werk om aan de hand van de Commune aan te tonen, dat een alternatief voor het kapitalisme mogelijk is en om aanwijzingen te geven voor de te volgen weg. Daarom ook schrijft Marx: “Wat de uitkomst ook mag zijn, we hebben een nieuw vertrekpunt bekomen dat van universeel en historisch belang is”.

Voor Marx was de Commune van Parijs een eerste embryonale vorm van een regering van de arbeidersklasse, “een regering van het volk door het volk” zoals hij ze ook nog noemde, de basisvoorwaarde om een einde te maken aan de kapitalistische uitbuiting en overheersing.

Tekening Tardi


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.