Koloniaal kapitaal

Zonder slavernij geen industriële revolutie. Eenmaal uit de startblokken, herleidde het industriële kapitalisme de landen in het Zuiden tot leveranciers van grondstoffen. En houdt ze tot nu onder de knoet.

Zodra de voor de grootindustrie noodzakelijke algemene productievoorwaarden zijn geschapen, krijgt deze productiemethode een elasticiteit, een vermogen tot plotselinge, sprongsgewijze uitbreiding, die slechts een beperking vindt in de grondstoffen en in de afzetmarkt.

Enerzijds brengt de machinerie een directe vergroting van de hoeveelheid grondstoffen tot stand [...]; anderzijds vormen de lage prijs van het machinale product en het gerevolutioneerde transport- en communicatiewezen wapens voor de verovering van vreemde markten. Door de vernietiging van de productie van de ambachtsman in andere landen, verandert het machinale bedrijf die gebieden met geweld tot productieterreinen voor zijn grondstoffen. Op die manier werd Oost-Indië gedwongen om katoen, wol, hennep, jute, indigo, enzovoort, voor Engeland te produceren.

Het voortdurende 'overbodig maken' van de arbeiders in de landen van de grootindustrie, bevordert een uitgebreide emigratie naar en de kolonisatie van andere landen, waarvan men kweekplaatsen maakt van grondstoffen voor het moederland, zoals Australië de kweekplaats werd van wol.

Een nieuwe internationale arbeidsverdeling wordt geschapen, opgelegd door de hoofdzetels van de grootindustrie, en waarbij een deel van de wereldbol tot een gebied met een overwegende landbouwproductie wordt gemaakt ten bate van het andere deel, dat een gebied wordt met een overwegend industriële productie.

Karl Marx - Het Kapitaal (1867)

Het kapitalisme heeft de wereldmarkt geschapen maar ook een diepe kloof geslagen tussen de kapitalistische kernlanden en wat vandaag het Zuiden heet. Die kloof is er niet altijd geweest. Zelfs in 1820, toen het kapitalisme al stevig in het zadel zat in Europa, was het verschil in welvaart (bbp, bruto binnenlands product) tussen Afrika, Azië, Latijns-Amerika en West-Europa niet zo groot. De kloof kwam later, samen met de expansie van het industriële kapitalisme.

Marx en Engels hadden voortdurend oog voor de wisselwerking tussen West-Europa en de rest van de wereld. Of het nu ging om het ontstaan van het kapitalisme, om haar gevolgen of om de strijd ertegen, steeds bekeken zij de zaken op wereldschaal. Dat blijkt al in Het Communistisch Manifest, maar ook in hun talloze artikels en brieven over het kolonialisme, en later in Marx' magnum opus, Het Kapitaal.

Marx beschrijft hoe de Europese suprematie op de wereldzeeën het kapitalisme mee hielp mogelijk maken. De onderwerping van de Amerika's, de roof van Afrikaanse slaven om ze aan het werk te zetten op plantages en in de mijnen daar, de koloniale handel van de West- en Oost-Indische Compagnieën ... het zorgde mee voor de kickstart van het kapitalisme. “De buiten Europa rechtstreeks door plundering, onderwerping en roofmoord buitgemaakte schat vloeide terug naar het moederland en werd daar in kapitaal omgezet”, schrijft Marx over deze “oorspronkelijke accumulatie” in Het Kapitaal.

De door de handelselite vergaarde rijkdom maakte het mogelijk om de wetenschappelijke vooruitgang van die tijd te vertalen in praktische toepassingen in het productieproces. Het is veelzeggend dat de experimenten van James Watt, de man van de stoommachine, werden gefinancierd met winsten uit de West-Indische slavenhandel.

Eenmaal op gang getrokken is het industriële kapitalisme niet meer te stuiten, zoals Marx beschrijft. En al gauw geeft het aan de relatie tussen noord en zuid een nieuwe wending. Ooit ruilden Europese handelaars bijvoorbeeld goud uit Amerika voor weefsels uit India, waarmee ze Afrikaanse slaven kochten. Nu wordt de Indische katoennijverheid vernietigd door de Engelse  concurrentie.

Want koopwaren worden geruild overeenkomstig de maatschappelijk noodzakelijke hoeveelheid arbeid die nodig is om ze te maken. Wie het productieproces mechaniseert, brengt die hoeveelheid arbeid omlaag. Een voorbeeld: in de 19e eeuw vereiste de machinale verwerking van een ton katoen tot garen nog slechts 1/180 deel van de arbeidstijd die voorheen nodig was bij de verwerking ervan met de hand aan het spinnewiel.

Niet alleen in India, ook in Engeland zelf laten de gevolgen van de mechanisering zich voelen. Bij de invoering van het stoomweefgetouw worden 800.000 wevers op straat gegooid. Dat zorgt dan weer voor een bijkomende stimulans voor het kolonialisme: de export van boze werklozen. Zoals de Britse koloniaal Cecil Rhodes het later, in 1895, verwoordde: “Om de veertig miljoen bewoners van het Verenigd Koninkrijk voor een moordende burgeroorlog te behoeden, moeten wij, koloniale politici, nieuwe landen ontsluiten om daar onze overtollige bevolking heen te brengen.”

Vandaag is de internationale arbeidsverdeling die Marx beschreef nog grotendeels intact. Nemen we het voorbeeld van een Belgische specialiteit, de chocolade. De cacaoboon groeit in Afrika, niet in Europa. Maar het is Europa, met zijn chocoladefabrieken, dat de grote winsten opstrijkt. Europa exporteert jaarlijks voor 14,5 miljard euro aan chocolade, terwijl de Afrikaanse chocolade-export blijft steken op 160 miljoen euro. Bij gebrek aan een eigen verwerkende industrie moet Afrika zich tevreden stellen met de opbrengsten van de export van de grondstof, waarvan de prijs ook nog kunstmatig laag gehouden wordt door enkele grote opkopers. Het verlies voor een land als Ivoorkust, dat voor 75% van zijn inkomsten afhankelijk is van de cacaoexport, is enorm.

Marx en Engels waren antikolonialisten. In hun geschriften leggen ze de barbaarse methoden bloot van de Britten in India, de Fransen in Noord-Afrika, de cynische gruwel van de Opiumoorlogen tegen China. Ze doorprikken de hypocrisie en het racisme waarmee de burgerlijke pers deze praktijken verhult. En ze kiezen kant: met sympathie schrijven ze over de volkeren die tegen het kolonialisme in opstand komen. Zoals tijdens de revolte van de Sipayen in India in 1857, toen moslims en hindoes de handen in elkaar sloegen in wat ook de eerste Indiase onafhankelijkheidsoorlog wordt genoemd. “De Indiërs zijn onze beste bondgenoten”, schreef Marx in een brief aan Engels. Want een onafhankelijk India betekent een verzwakte Engelse burgerij.

Foto Solidair, Karina Brys


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.