Klassenstrijd, wat is dat?

Elke samenleving is verdeeld in klassen, of dat nu opvalt of niet. Tussen die klassen woedt een clash, die vroeg of laat het kookpunt bereikt. Zo gaat de geschiedenis vooruit.

De geschiedenis van iedere maatschappij tot vandaag is de geschiedenis van klassenstrijd.

Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, [...] kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens verdoken dan weer openlijke strijd, een strijd die telkens eindigde ofwel met een revolutionaire omvorming van de hele samenleving, ofwel met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen.

[...] De moderne burgerlijke maatschappij, die voortgekomen is uit de ondergang van de feodale maatschappij, heeft de klassentegenstellingen niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe omstandigheden van onderdrukking, nieuwe vormen van strijd in de plaats van de oude gesteld.

Maar ons tijdperk, het tijdperk van de bourgeoisie, onderscheidt zich van andere doordat het de klassentegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gehele samenleving splitst zich meer en meer in twee grote vijandelijke kampen, in twee grote lijnrecht tegenover elkaar staande klassen: de bourgeoisie en het proletariaat.

Karl Marx & Friedrich Engels - Manifest van de communistische partij (1848)

De klassenstrijd als motor van de geschiedenis, dat is het fundamentele idee waarmee Het Communistisch Manifest opent.

Maar om te beginnen: een klasse, wat is dat eigenlijk? Een sociale klasse is een groep individuen die wordt bepaald door haar plaats en rol in de maatschappij, met name in het productieproces. In de oudheid waren er slaven en vrije mensen, in de middeleeuwen lijfeigenen en heren, meesters en ambachtslui. In het kapitalistische systeem heb je enerzijds diegenen die de productiemiddelen bezitten (fabrieken, machines, grondstoffen) en leven door het werk van anderen uit te buiten. Dat zijn de grote patroons en aandeelhouders, of om het met de woorden van Marx te zeggen de “bourgeoisie”. Anderzijds heb je zij die verplicht zijn hun arbeidskracht te verkopen aan een baas om te (over)leven. De loontrekkenden of om het met Marx te zeggen, het “proletariaat”. De werkende klasse, dat is dus het geheel van werkende mensen die arbeid leveren voor een loon. In de industriële productieketens,  in sleutelsectoren zoals energie en transport, maar bijvoorbeeld ook in sectoren als de zorg of het onderwijs.

Er zijn ook nog andere klassen, zoals de kleine zelfstandigen, die hun eigen baas zijn, niemand uitbuiten en ook moeten vechten voor hun bestaan. Maar je hebt bij ons ook een sterke toename van schijnzelfstandigen (denk bijvoorbeeld aan Deliveroo en Uber, de nieuwe stukwerkers). Wereldwijd zien we vandaag gebeuren wat Marx in de 19e eeuw voorspelde, zeker als je naar de grote opkomende landen als Brazilië en India kijkt: de arbeidersklasse wordt almaar groter en de klasse van de kapitalisten wordt almaar kleiner. Omdat meubelmakers verpletterd worden door de multinational IKEA. Omdat de kleine kruidenierswinkel niet op kan tegen de concurrentie van de grote supermarktketens. Omdat de kleine boer plaats moet ruimen voor de industriële landbouw, waarbij de boeren landarbeiders worden, of zich gaan voegen bij de arbeidersklasse in de steden.

Vandaag is het "bon ton" om te zeggen dat er geen klassen meer zijn. Maar Marx maakte een heel duidelijk onderscheid tussen het materiële bestaan van de klassen en het feit of mensen zich al dan niet bewust zijn van hun bestaan als klasse. Met andere woorden, arbeiders vertegenwoordigen wel degelijk een klasse die aan belang toeneemt, zowel door hun aantal als door hun rol in de samenleving, ook al zijn ze zich er niet noodzakelijk van bewust dat ze eenzelfde identiteit en dezelfde fundamentele belangen delen.

In 2014 telde België 4,2 miljoen loontrekkenden, dus de meerderheid van de bevolking op actieve leeftijd. Daartegenover schat men het aantal families dat deel uitmaakt van de grote burgerij – zij die de ondernemingen met meer dan 250 werknemers controleren – op 15.000. Deze klassen hebben fundamenteel tegengestelde belangen. Want om te overleven in het systeem van ongebreidelde concurrentie dat het kapitalisme is, zijn de grote patroons onophoudelijk op zoek naar manieren om hun productie op te voeren en hun arbeiders nog meer uit te buiten. Hier ligt de oorsprong van de klassenstrijd, die in bedrijven in zijn meest elementaire vorm tot uiting komt bij disputen over arbeidsritme en arbeidsduur.

Marx heeft aangetoond dat de klassengevechten, verbonden met de werking van gelijk welk economisch systeem, de motor van de geschiedenis zijn: de strijd tussen de sterker wordende burgerij en de adel heeft tot revoluties geleid en tot het einde van het feodalisme. Marx ziet iets gelijkaardigs gebeuren in het kapitalisme, tussen de klasse van de arbeiders en die van de bourgeoisie.

Die laatste is zich heel goed bewust van die strijd. “Er bestaat wel degelijk een klassenoorlog, maar het is mijn klasse, de klasse van de rijken, die de oorlog voert en het zijn wij die hem winnen”, zei de Amerikaanse miljardair Warren Buffet enkele jaren geleden in een verrassend openhartige bui. Maar doorgaans doen de kapitalisten er alles aan om dat te verbergen en zo te vermijden dat de uitgebuite klasse in opstand komt. Marx daarentegen heeft het grootste deel van zijn leven gewijd aan de bewustmaking van de arbeiders. Hij wilde hen laten inzien hoe het systeem werkt, dat ze dezelfde belangen hebben en dat de klassenstrijd vroeg of laat moet uitmonden in de vervanging van het kapitalistische systeem door een maatschappij zonder uitbuiting.

Foto Solidair, Antonio Gomez Garcia


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.