Het socialisme, geen utopie

Stel je voor: wij hebben de touwtjes van de maatschappij in handen, niet de superrijken. We plannen het economisch en sociaal leven volgens onze behoeften, niet hun winst. Why not?

Terwijl het politieke en intellectuele bankroet van de bourgeoisie voor haarzelf nauwelijks nog een geheim is, herhaalt haar economisch bankroet zich zowat elke tien jaar. In iedere crisis verstikt de maatschappij onder de drukkende last van haar eigen productiekrachten en producten, die ze niet kan gebruiken, en staat ze hulpeloos tegenover de onzinnige tegenstrijdigheid dat de producenten niets te consumeren hebben omdat er een gebrek aan consumenten heerst.

[...] De maatschappelijke toe-eigening van de productiemiddelen […] [beëindigt] de stellige verspilling en vernietiging van productiekrachten en producten, die tegenwoordig de onvermijdelijke begeleiders zijn van de productieprocessen, en in crises hun hoogtepunt bereiken. Verder maakt [de maatschappelijke toe-eigening van de productiemiddelen] een grote hoeveelheid productiemiddelen en producten vrij, door een einde te maken aan de onzinnige weeldeverkwisting van de tegenwoordig heersende klasse en hun politieke vertegenwoordigers. De mogelijkheid om aan alle leden van de maatschappij een bestaan te verzekeren, dat niet alleen materieel toereikend is en van dag tot dag rijker wordt, maar dat de vrije ontwikkeling en werkzaamheid van de lichamelijke en geestelijke aanleg van iedereen waarborgt, — deze mogelijkheid bestaat nu voor het eerst.

Friedrich Engels - De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap (1880)

Het onrecht en de barbaarsheid van het kapitalistische systeem hebben sinds zijn ontstaan veel revoltes uitgelokt. De ontluikende arbeidersklasse en haar leiders droomden van een andere wereld en verbeeldden zich alternatieven waarin het algemeen belang centraal stond en de beslissingen van daaruit werden genomen, niet in het belang van een handjevol individuen.

Marx en Engels hebben van die prille, utopische visie op het socialisme een wetenschappelijk onderbouwd socialisme gemaakt. Door de ontwikkeling en de werking van het kapitalisme minutieus te verklaren, en het socialisme uit te leggen als de volgende, logische en noodzakelijke etappe in de voortgang van de geschiedenis.

Marx en Engels legden in Het Communistisch Manifest uit dat de burgerij in de geschiedenis een “revolutionaire rol” heeft gespeeld, door de productiekrachten (de werktuigen en machines, de mensen die ze bedienen, met hun kennis en vaardigheden) ongelooflijk te ontwikkelen. Vandaag is het perfect mogelijk om armoede en honger uit te roeien, aan alle basisbehoeften te voldoen - zoals onderwijs, gezondheid, huisvesting, fatsoenlijk werk of toegang tot cultuur - en tegelijk ook de natuur en het klimaat te respecteren. Maar we zijn daar mijlenver van verwijderd. Het privébezit van de productiemiddelen (machines en grondstoffen) heeft alleen oog voor maximale winst. Het is geen toeval dat de zeven grootste farmaceutische firma's minder dan één percent van hun onderzoeksbudget uitgeven aan ziekten als malaria of tuberculose, die een groot deel van de wereldbevolking treffen maar geen voldoende winstgevende markt bieden.

Het privébezit van de grote productiemiddelen houdt de kennis en de organisatie van de productie in een houdgreep, remt de ontwikkeling van de productiekrachten, veroorzaakt almaar diepere crisissen, leeft van de uitbuiting van de menselijke arbeid en leidt tot de uitputting van de natuur. Daarom is het kapitalisme niet langer in staat de mensheid een toekomst te bieden, en is het een rem geworden op de vooruitgang. Daarom moeten de sociale verhoudingen veranderen, moet de maatschappij veranderen.

Tegenover de logica van de markt en het privébezit stellen Marx en Engels de gezamenlijke eigendom (de “socialisering”) van de grote productiemiddelen en een democratische economische planning. Dat houdt in dat de belangrijkste economische sectoren – zoals banken, energie, transport of grote industriële productie – in handen moeten komen van de gemeenschap. Net als de openbare diensten en de voor de bevolking noodzakelijke sociale dienstverlening. Op die manier beslist niet langer de markt maar het collectieve overleg over wat en hoe er wordt geproduceerd. In de grote productieketens werken in de feiten vandaag al miljoenen mensen, verspreid over alle uithoeken van de planeet, planmatig samen – maar dan in dienst en tot profijt van een handvol multinationals. Marx en Engels stellen voor om de toe-eigening van de vruchten van deze sociale arbeid door de kapitalistenklasse af te schaffen, om met andere woorden de uitbuiting uit te bannen. De gemeenschap verwerft dan de controle over de productie, en de planning ervan kan gebeuren in functie van sociale, ecologische en democratische vooruitgang.

Onder het socialisme is het doel niet langer de aandeelhouders tevreden stellen, maar de noden van de overgrote meerderheid van de mensen en van de planeet beantwoorden. Door gezamenlijk en democratisch te beslissen over de prioriteiten, door de productie efficiënter te organiseren en minder te verspillen. Zodat een evenwichtige en duurzame groei mogelijk wordt, zonder crisissen, zonder concurrentiestrijd en zonder veroveringsoorlogen. Meer sociale initiatieven, kwaliteitsvolle en voor iedereen toegankelijke openbare diensten, het optimale gebruik van ieders capaciteiten, volledige tewerkstelling met jobs die een rijk leven en zelfontplooiing mogelijk maken, kortom meer levenskwaliteit voor iedereen. Ten slotte zal men dan ook de enorme technische en wetenschappelijke middelen kunnen inzetten voor de ecologische transitie en voor doorgedreven actie tegen de verloedering van de planeet.

In Marx' visie zal de uitbouw van het socialisme, met de nieuwe ontwikkelingen die dat met zich mee zal brengen, een nog hogere maatschappijvorm inluiden. Die communistische maatschappij zal dan integraal kunnen voldoen aan de noden van iedereen:

"Wanneer de tot slaaf makende arbeidsverdeling verdwenen is en wanneer hiermee de tegenstelling tussen hoofd- en handenarbeid verdwenen is, wanneer de arbeid niet meer louter een middel is om te overleven, maar zelf een eerste levensbehoefte is geworden, wanneer samen met de veelzijdige ontplooiing van individuele mensen ook de productiekrachten gegroeid zijn en alle bronnen van de gemeenschappelijke rijkdom overvloedig zullen stromen, dan pas zal men de nauwe horizon van het burgerlijke recht geheel te boven komen, en kan de maatschappij op zijn banieren schrijven: van ieder naargelang zijn mogelijkheden, voor ieder naargelang zijn behoeften!"

(Karl Marx, Kritiek op het programma van Gotha, 1875)


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.