Het recht van de sterkste

Een politiek, wettelijk en juridisch kader op maat van de grote economische spelers, én een stok achter de deur voor als het volk in opstand komt. Daartoe dient in elke samenleving de staat, zodat de bezittende klasse ongestoord haar gang kan gaan.

Omdat de staat uit de behoefte is ontstaan om de klassentegenstellingen in bedwang te houden, maar omdat hij tegelijkertijd midden in het conflict tussen deze klassen is ontstaan, is hij in regel de staat van de machtigste, economisch heersende klasse, die door zijn tussenkomst ook de politiek heersende klasse wordt, en zo nieuwe middelen verwerft om de onderdrukte klasse te onderdrukken en uit te buiten. Zo was de antieke staat vooreerst de staat van slavenbezitters ter onderdrukking van hun slaven, zoals de feodale staat het orgaan was van de adel ter onderdrukking van lijfeigenen en horige boeren, terwijl de moderne parlementaire staat een werktuig is ter uitbuiting van de loonarbeid door het kapitaal.

[...] De democratische republiek weet officieel niets van verschillen in bezit. Hier oefent de rijkdom zijn macht dus indirect, maar des te zekerder uit. Enerzijds in de vorm van rechtstreekse corruptie van de ambtenaren, waarvan Amerika het klassieke voorbeeld is, anderzijds in de vorm van een verbond tussen de regering en de beurs [...].

Friedrich Engels - De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat (1884)

Samen met het ontstaan van de sociale klassen is ook de staat ontstaan. De functie van de staat is het verzekeren van de macht van de economisch sterkste klasse. Sinds het begin van de ontwikkeling van de techniek, nu zo’n 10.000 jaar geleden, op het einde van het prehistorisch tijdperk, is de mens bij machte meer te produceren dan wat nodig is voor zijn onmiddellijke behoefte. Vanaf dat ogenblik werd het voor bepaalde groepen mogelijk om zich dit surplus toe te eigenen. Zo ontstond in de maatschappij een opdeling in klassen, tussen uitbuiters en uitgebuiten. Om de verdeling van dit surplus in goede banen te leiden, werd een staat noodzakelijk. Men ronselde gewapende mannen, ging investeren in nieuwe technieken, vaardigde wetten uit. De staat is dus niet ontstaan als een neutraal orgaan. Van in het begin is de staat een instrument geweest van de machtigste klasse.

In elk tijdperk heeft de heersende klasse een staat ingericht in functie van haar eigen noden. Engels legt uit dat onder het kapitalisme de staat de macht van het kapitaal garandeert. Al zijn het officieel niet langer verschillen in vermogen die de macht bepalen, in de feiten blijft het grote geld de dienst uitmaken, door rechtstreekse omkoping van hoge ambtenaren en door de alliantie tussen de regering en de Beurs. De werkelijke macht ligt niet bij het parlement en zelfs niet bij de regering. Neen, zij ligt in handen van het grootbedrijf en de grootbanken, die rechtstreeks en onrechtstreeks – via lobbygroepen – aanwezig zijn in de ministeriële kabinetten. Politici maken integraal deel uit van het systeem. Soms al tijdens of anders vlak na hun carrière kunnen politici van de traditionele partijen zonder probleem doorschuiven – via “draaideuren” – naar de bestuursraden van de grootste multinationals. Ministers worden bestuurders van bedrijven en vice versa. Grote ondernemers geven bij verkiezingen hun steun aan deze of gene kandidaat en oefenen druk uit op kabinetten en administraties.

In België zagen we dat verschillende wetten gestemd werden op maat van de machtige diamantsector:  zo is er de wet op de uitbreiding van de buitengerechtelijke afhandeling in strafzaken, de “afkoopwet”, waardoor grote ondernemingen die gerechtelijk vervolgd worden een bepaalde som kunnen betalen om de vervolging af te sluiten. Zo ook de “karaattaks”, die voorziet in een vrijstelling van elke belasting op de winsten van de diamantsector in ruil voor de betaling van een mini-taks van 0,55% op de omzet. Meerdere gevallen zijn ook gekend van de incestueuze relatie tussen de politieke wereld en de zakenwereld. Zo is er het kabinet van de liberale minister Marie-Christine Marghem (Energie) waar ex-verantwoordelijken van Engie-Electrabel elkaar voor de voeten lopen. Of dat van N-VA minister Johan Van Overtveldt (Financiën), waar de kabinetschef zakenadvocaat is geworden ten dienste van multinationals. Of nog Alexia Bertrand, dochter van miljardair Luc Bertrand en bestuurslid bij Ackermans & van Haaren (AvH), één van de belangrijkste holdings voor industriële investeringen in België, die kabinetschef is van vicepremier Didier Reynders. Inzake corruptie en privileges zijn de affaires Kazakhgate of Publifin, net als de onthullingen over cumuls en commissies van traditionele politici, goede illustraties.

Als Marx en Engels spreken over de staat, dan hebben ze het niet alleen over de regering. Ze doelen ook op de zeer hooggeplaatste ambtenaren, en op de politie- en legertop, die evengoed de belangen van de grote ondernemingen behartigen. Overigens kan men ook in de regering zitten zonder enige feitelijke macht. Griekenland is daar een mooi recent voorbeeld van. In 2015 haalde Syriza er zo goed als een absolute meerderheid in aantal zetels. Toch kon de regering Tsipras haar gematigd antibesparingsprogramma, waarvoor ze verkozen was, niet doorvoeren. “Buiten de Europese verdragen bestaat geen democratie”, had de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker gewaarschuwd. Vanaf de prille begindagen van de nieuwe regering waren andere Europese regeringen en de Europese Commissie perfect op de hoogte van al haar geplande beslissingen, omdat hoge Griekse ambtenaren werkten voor het Europese establishment. En dat oefende, met de hulp van het Griekse establishment, op allerlei manieren druk uit op de regering. De rentetarieven voor de terugbetaling van de schuld gingen pijlsnel de hoogte in, er kwam een lastercampagne van ongekende omvang in de media, bedreigingen werden geuit, en ook via het Griekse leger- en politieapparaat werd de druk opgevoerd. Vlak voor het anti-besparingsreferendum van juli 2015 werd Griekenland financieel zelfs letterlijk de adem afgesneden. De Griekse banken werden verplicht de gewone burgers beperkingen op te leggen om geld af te halen. Uiteindelijk is dan ook de regering, die wilde regeren zonder te raken aan de reële macht, geplooid.

Foto Jan Schmidt Whitley

 


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.